Shjroeb

Shjroeb

“Jij shjroeb?”
 
“Euhm, pardon?”
 
“Ich nodich shjroeb vor contrbas."
 
Kleine man. Vettig haar. Zijn grijze stoffen vest hangt scheef en is minstens een maat te groot. Maar wat weet ik van stijl of mode.
 
“We hebben geen contrabassen en zeker niet de onderdelen ervan. Daarvoor moet je…”
 
“Shjroeb nodich!” Dit exemplaar is licht ontvlambaar.
 
“Ja, ik begrijp dat je een shrjoef nodig hebt, maar ik kan je daar niet aan chelpen. Voor onderdelen of het herstellen van je contrbas moet je…”
 
Ik haal spontaan mijn eigen Honga-Vlaams boven.
 
“Choes moochlik. Wat ik doen? Contrbas in vuilbak choien? Shroeb nodich. Jij shjroeb???”
 
Hoe krijg ik hem aan het luisteren?
Ik blader door een catalogus op zoek naar onderdelen. Grote fout! Nu wordt hij helemaal ‘enthousiast’.
 
Hij wijst lukraak naar contrabassen, mechanieken en stemsleutels:
 
Shjroeb ja. Deze shjroeb nodich!”

Al goed dat er een plexi scherm en twee mondmaskers tussen zitten. Het zou anders binnen regenen.
 
Een paar keer wil hij een mechaniek bestellen, (“Shjroeb! Shjroeb!”) maar dan wijst hij weer op iets anders of zucht hij over de prijs.
 
Ik geef het op. Dit eitje is hardgekookt. Ik geloof dat het al een tijdje groen ziet. En de taalbarrière helpt ook niet.
 
De catalogus gaat dicht. Hij kijkt beteuterd en niet tevreden.
 
Op een papiertje noteer ik de gegevens van twee collega’s die wél contrabassen hebben.
 
“Jij bellen. Zij helpen. Shjroeb.” 
Ik beperk mijn taal. Geen substantieven, adjectieven, of bijwoorden. Weg met voorzetsels of voegwoorden. Gedaan met nevengeschikte, ondergeschikte of relatieve bijzinnen. Back to basics.
 
Terwijl ik de volgende klant ontvang (ik kan niet over die frikkin shjroeben blijven leuteren terwijl er klanten wachten die ik wél kan helpen) merk ik dat hij het toch begrepen heeft. Hij belt met luide stem naar de collega. Midden in de winkel. “SHJROEBEN, ja, contrbas!”
 
Ik ben afgeleid, maar dit is vooruitgang.
 
Na 14 seconden komt Zlatan met zijn telefoon voor mijn gezicht zwaaien. Natuurlijk. Ik leg uit wat hij nodig heeft. “Geen probleem laat hem maar komen” hoor ik aan de andere kant. 
 
Halleluia! 
 
Ze maken een afspraak. En toch probeert hij het nog een keer: “Waarom jij niet contrbas?”
 
Ik blijf verbazend rustig, geholpen door Sarah die er met frisse geest wel de lol van inziet: “We hebben enkel violen, altviolen, cello’s, harpen en gitaren. En daarbij: er is niet genoeg plaats hier voor contrabassen.” 
 
“Mar ich alleen shjroeben nodich!”
 
Ontploffingsgevaar. Een aantal lampjes zijn al een tijdje aan het flikkeren.
En hij lijkt het te nu wel te begrijpen. Al zou ik er niet op durven wedden.
 
“Dankoe, dankoe”, zegt hij terwijl hij naar buiten gaat.
Eindelijk.
Rust.
 
Maar inderdaad: wij hebben ons aanbod bewust beperkt. We doen enkel datgene doen waarvan we weten dat we het ook goed doen. 
 
We verkopen en verhuren goede instrumenten waarvan we zelf het onderhoud en de herstelling kunnen doen. In ons eigen atelier.
 
Geen trompetten, piano’s, elektrische gitaren, drum, of contrabas. 
En dus ook niet de shjroeben ervan. Sorry Laszlo.
 
Kom dus gerust naar Arpeggio Music voor het kopen, huren of herstellen van een viool, altviool, cello, harp, dwarsfluit of gitaar. Je zal altijd goed geholpen zijn. En met plezier.
 
Graag tot binnenkort, (zolang het maar niet voor een shjroeb voor je contrabas is)
 
Dankoe

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.